|
"Kom eens naar mijn kamer" : studenten van na de Tweede Wereldoorlog kennen ongetwijfeld die vraag.
Meestal werd die gesteld door priesters, paters of broeders in Katholieke scholen. Zelf ben ik tientallen malen naar
"mijn kamer" geroepen. Als voorzangertje, als hoofdredacteur van een schoolblad, als muzikant in de fanfare, en noem maar op. Nooit door iemand lastig gevallen geweest. Natuurlijk geloof ik dat er jongeren zijn geweest die wel heel andere
ervaringen hebben gehad op "mijn kamer". Maar om nu iedere leraar die geestelijke was en in het bezit van een kamer
over de zelfde kam te scheren, dat gaat me een beetje té ver.
De Katholieke Kerk krijgt het hard te verduren. De totale ondergang van de Kerk wordt voorspeld. Men vergeet hierbij al te gemakkelijk dat de gelovigen
in Noord West Europa tegenwoordig slechts een klein deel uitmaken van de 1.200.000.000 Christenen in de wereld. Waar halen wij nog het lef vandaan om
de Paus de les te spellen ? De pedofilie schandalen die nu aan het licht komen zijn natuurlijk niet te verontschuldigen.
Men vergeet echter dat de Kerk al voor grotere crisissen is komen te staan. Er is een tijd geweest dat het Vaticaans gezelschap in Avignon
verbleef en de Pausen er zich vooral onledig hielden met het inrichten van enorme zuip-, vreet-, sex-, en braspartijen. En ook in onze contreien
zijn tijden geweest dat de kerken werden gesloten, de beelden vernietigd en de geestelijken moesten onderduiken om niet
ter plaatse te worden terechtgesteld.
Ook dat alles heeft de Kerk overleefd.
Na de Tweede Wereldoorlog was er een ware stormloop.
Seminaries zaten, net als de kloosters, overvol. Parochies hadden niet zelden vijf priesters ( de Deken, de Pastoor, en
de Onderpastoors )... En tussen het weelderige religieuze koren zat natuurlijk ook veel kaf. Het ging hier tenslotte
om mensen. En mensen, geestelijken of leken, blijven mensen. Om het met een Kerkelijke term uit te drukken : ook zij zijn
niet vrij van zonden.
Zelf ben ik ook naar een Katholieke school, een Katholieke Uni-versiteit geweest. Ik was lid van een Katholiek
knapenkoor, diverse Katholieke jeugdbewegingen, Katholieke beroepsverenigingen en noem maar op. Echter nooit lid van
een Katholieke nog andere partij. Hiervoor bekeek ik de politiek te afstandelijk nadat ik een blik achter de
schermen had kunnen werpen. Als actief medewerker van de Christelijke arbeiders jeugd- en volwassen beweging was ik
altijd eer-der een linkse rakker.
De enige gevallen waarvan ik gehoord heb dat er mensen met "losse handjes" (zoals wij
dat noemden) bestonden waren de leken sport- leraar op onze school en een medewerker in de keuken. Toen het aan het
licht kwam zette de broeders die keukenpiet zonder veel omhaal aan de deur. De sportterreinen lagen buiten de
schoolmuren en ik vermoed dat niemand ooit de broeders heeft ingelicht over de turnleraar. Een van mijn beste vrienden
die op het Koninklijk Athe- neum school liep wist ook van drie leken leraars "met losse handjes" bij hen op school.
Waaronder een leraar...zedenleer !
|